Zingt voor de deur die open staat

Eigenlijk vond ik dit een vreemde strofe in het lied ‘Zingt voor de Heer van liefde en trouw’ van Michel van der Plas. Ook Anton de Wit had er moeite mee, zo schreef hij in een blog dat tot zijn verrassing controversieel bleek. Maar inmiddels begrijp ik waarom je zou kunnen zingen voor een deur die open staat.

De afgelopen maanden ben ik enkele keren op een zondagochtend naar enkele parochiekerken geweest, die ik tevoren niet kende. En iedere keer kreeg ik in die vreemde omgeving even hetzelfde gevoel: heb ik me niet vergist? Is hier nu geen mis of is die al afgelopen?

Het duurde even voordat ik doorhad hoe dat kwam. Dat kwam telkens door de kerkdeur. Die was namelijk dicht.

Veel katholieke kerken zijn voorzien van imposante deuren die alleen voor bruidsparen en lijkkisten opengaan. Maar op zondagochtend zijn ze dicht. Pas als je iemand door een zijdeurtje naar binnen ziet schuifelen, weet je waar je moet zijn.

Ik vroeg mij af hoe iemand reageert die al zijn moed bij elkaar heeft geraapt en eindelijk eens naar de kerk gaat.

Want zo gaat dat tegenwoordig. Steeds minder mensen gaan naar de kerk omdat dat ze dat altijd hebben gedaan. Daar doelen de bisschoppen volgens mij op in hun rapport dat ze schreven als voorbereiding op hun ad-liminabezoek aan Rome.

Veel commentaren gaan ervan uit dat de bisschoppen bewust streven naar een ‘keuzekerk’. Maar ze doen niet meer dan het constateren van een feit.

Dat geldt ook voor hun uitspraken over de geringe kennis van het geloof bij de gelovigen. Die constatering is trouwens niet nieuw. Al rond 1950 stond dit in rapporten als ‘Onrust in de zielzorg’ te lezen. Men ging naar de kerk omdat het zo hoort en niet uit overtuiging, constateerde men toen al. Individualisering en een groter mondigheid zouden de rooms-katholieke kerk binnen een generatie doen verdampen, zo voorspelden de samenstellers van het rapport.

Betere catechese was toen al een van de oplossingen die werd aangedragen. Maar toen in de jaren zestig de ramen van de kerk open gingen, hoorde de buitenwereld vooral gekrakeel tussen progressieven en conservatieven. De deur bleef dicht.

Inmiddels zien we dat geloofsgemeenschappen die weten waarvoor ze staan een grotere aantrekkingskracht hebben. Dat is belangrijk in een tijd waarin mensen bewust kiezen voor een kerk.

Inderdaad: dat zie je ook bij orthodoxe protestanten. Maar wie zegt dat een bewust-katholieke gemeenschap inhoudelijk hetzelfde moet uitdragen. Orthodoxie is niet hetzelfde als bekrompen. Bisschop De Korte wees daar al op.

De grote vraag is wat de ‘orthodoxe’ katholieken met hun kennis van het geloof gaan doen: of ze het voor zichzelf houden of dat ze de deur open zetten.