Normen en waarden voor historici. Het voorbeeld van Van Deursen

A.Th. van Deursen (1931–2011) is bij het grote publiek bekend als auteur van boeken als ‘Mensen van klein vermogen’, over het leven in de Gouden Eeuw, ‘Een dorp in de polder: Graft in de zeventiende eeuw’ en ‘De last van veel geluk: de geschiedenis van Nederland 1555–1702’. Over hem ging het symposium dat de Vereniging van Christen Historici op 7 juni 2013 hield aan de VU in Amsterdam.

Christen-historicus was A.Th van Deursen ongetwijfeld: gereformeerd om precies te zijn. Dat is hem van tijd tot tijd op kritiek komen te staan en zelfs werd hij een fundamentalist genoemd. Maar zover ik het werk van Van Deursen ken – hij heeft zeer veel gepubliceerd – heb ik er nooit enig fundamentalisme in kunnen bespeuren.

Toch klinkt Van Deursens levensbeschouwing door in zijn werk. Dat is nu eenmaal onvermijdelijk, of je nu gereformeerd, communist of post-modern ietsist bent. Daar moet je je als historicus van bewust zijn en je moet blijven proberen zo objectief mogelijk te zijn.

Ik heb me altijd op het standpunt gesteld dat je daarin zo ver mogelijk moet gaan. Het heeft geen zin om het woord ‘fascisme’ steeds vergezeld te laten gaan met een bijvoeglijk naamwoord als ‘weerzinwekkend’ of ‘misdadig’. Als het goed is, weet de lezer dat wel en als hij het niet weet is er zoveel mis met hem dat hij zich niet door een paar bijvoeglijke naamwoorden laat corrigeren.

Dat veronderstelt dus, dat schrijver en lezer in grote lijnen dezelfde normen en waarden delen. Een opmerking tijdens het symposium zette me hierover aan het denken.

Er valt heel veel over Van Deursen en zijn werk te zeggen; ik licht er slechts een element uit. Van Deursen zou bepaalde praktijken van overheidsdienaren in de zeventiende eeuw als ‘corrupt’ hebben bestempeld. Maar zo keek je vanuit onze huidige opvattingen naar deze praktijken, die toen heel gangbaar waren, zo luidde de kritiek.

De Utrechtse hoogleraar Joris van Eijnatten stelde in zijn oratie, en deed dat tijdens het symposium opnieuw, dat Van Deursen de cultural turn in de cultuurgeschiedenis had gemist. Hij bleef vasthouden aan het beeld van Nederland als een christelijk en mono-cultureel land. De cultural turn hield onder meer in dat er geen morele ijkpunten meer waren. Het was een afslag die Van Deursen heeft gemist, aldus Van Eijnatten.

Maar volgens mij kón Van Deursen die afslag naar een geschiedschrijving zonder morele ijkpunten niet maken. Gaan we even terug naar zijn beschrijving van corruptie in de zeventiende eeuw. Hij zou daar dus de normen van onze tijd op het verleden hebben toegepast.

Maar de normen van Van Deursen waren niet de normen van nu, maar de normen die hij ontleende aan de Bijbel. En daarin wordt ook het een en ander gezegd over hoe je je moet gedragen. Nogal wat profeten hebben de staf gebroken over onrechtvaardige rechters en andere overheidsdienaren en natuurlijk over onrechtvaardigheid in het algemeen. De Bijbel geeft normen die niet relatief of tijdgebonden zijn. Die normen paste Van Deursen toe.

De cultural turn is een afslag die voert naar een gebied zonder normen. Van Deursen heeft deze afslag niet gemist, maar bewust niet genomen. Terecht: de historicus moet streven naar objectiviteit, maar hoeft zich niet te onderwerpen aan de relativering van zijn eigen waarden en normen.