Leestip: Geschiedenis onder de guillotine

Leestip voor Boekhandel Van Kemenade & Hollaers, Breda

Geen beschrijving van de Franse revolutie, maar van de manier waarop Franse historici deze periode hebben beschreven. Het is een pleidooi voor geschiedschrijving die niet ten dienste staat van een bepaalde ideologie, maar die probeert te beschrijven wat er is gebeurd en waarom. Een onafhankelijke geschiedschrijving is onmisbaar in een democratie, is de conclusie van dit boek die veel verder gaat dan de recente geschiedenis van Frankrijk.

In dit boek rollen er alleen in figuurlijke zin koppen. Het is geen spannend verhaal over de Franse Revolutie of over de periode van de Terreur in de jaren 1793 en 1794: de tijd waarin de guillotine symbool werd van de revolutie.

Bart Verheijen laat zien hoe de Franse historici sindsdien zijn omgegaan met het probleem van de Terreur. De moderne Franse democratie – en trouwens die van de andere democratieën – is gegrondvest op de fundamenten van de Franse revolutie: vrijheid, gelijkheid en broederschap. Toch ontaardde die revolutie binnen enkele jaren in een schrikbewind dat tienduizenden het leven kostte.

Door de jaren heen negeerden historici dit probleem, zagen ze het als een noodzakelijk kwaad of gebruikten ze het als een wapen om de politieke ideeën van hun tegenstanders onderuit te halen. Hiervan werden onder meer de marxistisch georiënteerde historici het slachtoffer. Zij domineerden gedurende een groot deel van de twintigste eeuw de discussie. In hun ogen was de Franse revolutie een noodzakelijke fase in de klassenstrijd.

Na de val van de Berlijnse Muur – ironisch genoeg tweehonderd jaar na het begin van de Franse revolutie – kregen hun tegenstanders de overhand die wezen op de gruwelijke gevolgen van de Franse én de Russische revolutie.

Verheijen weet deze discussie feilloos te plaatsen in de typische Franse tegenstelling tussen links en rechts en laat horen hoe de echo’s van de het debat over de Franse revolutie doorklinken tot in de verkiezingscampagnes van Hollande en Sarkozy.

De epiloog geeft het boek, dat tot dan toe ging over de Franse historiografie van de laatste tweehonderd jaar, een verrassende draai. Verheijen bekritiseert de historici die de geschiedenis beschrijven alsof deze een bepaald doel heeft: de overwinning van het proletariaat, de Vijfde Republiek van Charles De Gaulle of welk ideaal dan ook. Maar geschiedenis is zo veelzijdig dat je er geen doel in mag zien, zo vindt Verheijen:

In een totalitaire staat is historische waarheid hetzelfde als politieke macht, dat wil zeggen: in een totalitaire staat wordt aan iedereen een dwingend begin- en eindpunt opgelegd. De geschiedschrijving staat in dienst van de legitimering van dit begin- en eindpunt, en ze legitimeert ook de politieke orde. Dit gegeven is belangrijk omdat het in strijd is met de uitgangspunten van een democratische staat. Wanneer ‘historici’ niet het pluralisme van het verleden benadrukken en de tegenstrijdigheden van de revolutie proberen weer te geven, maar enkel het verleden willen herschrijven aan de hand van een vastgestelde toekomst, is het totalitarisme nooit ver weg.

Historici mogen zich dus niet in dienst stellen van een of andere ideologie, maar de diversiteit van het verleden bestuderen. Voor de Franse revolutie en voor de terreur zijn diverse oorzaken aan te wijzen. Dát is de taak van historici en niet om de feiten in dienst te stellen van een bepaald politiek doel.

Pluriformiteit is volgens Verheijen het wezenskenmerk van de democratie. Totalitarisme en terreur ontstaan daar waar die pluriformiteit verdwijnt. Populisten – Verheijen noemt met name Geert Wilders, het Front National en het Vlaams Belang – noemen dat ‘verdeeldheid’. Maar als ze aan die verdeeldheid een einde zouden maken, verdwijnt de democratie.

Dat kunnen we leren uit de geschiedenis, aldus Verheijen, en ook dat we met die onzekerheid die samenhangt met die pluriformiteit moeten accepteren: “Wie denkt zekere kennis over onze identiteit te hebben en over hoe onze samenleving moet worden georganiseerd pleegt historicide”.

Bart Verheijen, Geschiedenis onder de guillotine. Twee eeuwen geschiedschrijving van de Franse Revolutie, Nijmegen: Vantilt, 2013, 152 p. € 17,89.