Een Vlaming uit West-Friesland

Katholiek Nieuwsblad 9 mei 2008

Emeritus-abt Grimbergen viert vijftigjarig priesterjubileum

Piet Wagenaar, emeritus-abt van het Norbertijnenabdij van Grimbergen viert op 15 mei dat hij vijftig jaar geleden hij tot priester werd gewijd en dat hij 25 jaar geleden abt werd. In die tijd veranderde er veel in de Kerk en in de kloosters. Als abt en als pastoor en deken van Grimbergen maakte hij deze veranderingen mee en gaf hij er leiding aan. Zo heeft hij kunnen meemaken dat leken meer inbreng hebben in de parochies. Hij klinkt als een geboren Vlaming, maar hij is een West-Fries die het Vlaams pas op latere leeftijd leerde: in Rome nog wel.

Er zijn wel veel katholieken, maar geen kloosters in West-Friesland. Na de lagere school ging hij dan ook naar het college van de Kruisheren in Uden. Hij kreeg hier de kans om zich verder te oriënteren en hij kwam in contact met de Norbertijnen. Hun ‘vita mixta’ trok hem aan: ze leven samen in een kloostergemeenschap, maar zijn ook als priester werkzaam in parochies. Hij leerde in die tijd de Norbertijnen van Heeswijk kennen, maar ook die van Grimbergen. Tijdens een vakantie fietste hij van West-Friesland naar het plaatsje ten noorden van Brussel. Het beviel hem daar wel, maar Heeswijk was voor een jongen uit Nederland de meest voor de hand liggende keuze. Toen hij echter met de abt van Heeswijk ging praten, bleek dat dit klooster genoeg kandidaten had. Dit in tegenstelling tot Grimbergen en zo kwam de West-Fries Piet Wagenaar in Vlaanderen terecht.

Voor iemand uit Noord-Holland is een verhuizing naar Vlaanderen vanwege het verschil in mentaliteit een grote overgang. Toch kon hij aarden in Grimbergen en dat kwam door zijn verblijf in Rome. In 1955 moest hij theologie gaan studeren aan de Gregoriana in Rome. In die jaren leefde hij samen met Vlaamse ordegenoten en werd daar Vlaming met de Vlamingen. Hij leerde zich in het Vlaams uit te drukken en hij merkte dat de Vlaamse mentaliteit hem lag: de openheid en ook de Bourgondische inslag.

Als student in Rome raakte hij onverwacht verzeild in een gebeurtenis die voor de kerk ingrijpende gevolgen zou hebben. Piet Wagenaar was op 25 januari 1959 in de basiliek van Sint Paulus-buiten-de-muren toen paus Johannes XXIII het Tweede Vaticaans Concilie aankondigde. Voor Piet Wagenaar kwam dit net zo onverwacht als voor de meeste andere katholieken. Een van zijn medestudenten zei hem op de terugweg: “Ge zult zien dat ze de volkstaal in de liturgie zullen gaan invoeren”. Wagenaar geloofde daar toen niets van.

Hij herinnert zich wel dat de verwachtingen hoog gespannen waren toen het concilie in 1962 begon, maar hij besefte nog niet dat de veranderingen die het concilie met zich meebracht ook voor hemzelf grote gevolgen zouden hebben. Toen hij naar Grimbergen terugkeerde, verwachtte hij de rest van zijn leven als docent te zullen doorbrengen maar dat liep anders. De toenmalige aartsbisschop van Mechelen-Brussel, kardinaal Suenens, was bezig de besluiten van de kerkvergadering door te voeren. Een van de maatregelen was het verkleinen van de dekenaten. Er waren dus meer dekens nodig. Piet Wagenaar kreeg van zijn abt en van de aartsbisschop de vraag voorgelegd of hij bereid was deze functie in Grimbergen op zich te nemen. Hij was nog geen 38 en had weinig ervaring in de parochie, maar hij deed het toch en hij heeft er geen spijt van gehad. Een boeiende tijd vond hij het, waarin de leken medeverantwoordelijkheid kregen in de kerk. Tot dan toe hadden de pastoors het voor het zeggen gehad in de parochies, maar nu werden er parochieraden opgericht en allerlei werkgroepen waarin leken meededen.

In 1982 werd hij gekozen tot abt van het klooster in Grimbergen. Het was weer een onverwachte wending in zijn leven. Een grotere overstap dan die van Nederland naar Vlaanderen, zo omschrijft hij het. Maar ook dit vatte hij op als een uitdaging. In die tijd waren alle ordes en congregaties bezig met het houden van ‘vernieuwingskapittels’. Ook dit was een uitvloeisel van het Tweede Vaticaans Concilie. “Een belangrijk punt was de vraag wie wij zijn”, vertelt Wagenaar. Zelf had hij, zoals we zagen, gekozen voor het leven als Norbertijn vanwege de combinatie van het kloosterleven en het parochiepastoraat. Die combinatie was verwaterd. “Veel confraters leefden als wereldheren, ze waren volledig zelfstandig.” Dat strookte niet met het charisma van de orde, die is gebaseerd om wat men de ‘drie c’s’ noemt. De eerste daarvan is de ‘communio’: “alles met hart en ziel samen delen op weg naar God”. Daarom werd iedereen verzocht om, voor zover mogelijk, deel te nemen aan het leven in de abdij, aan de maaltijden en zo mogelijk aan het koorgebed. De tweede c staat voor de cultus, het gebedsleven en het verzorgen van de eredienst en de derde c voor caritas, het “doorgeven wat je in de gemeenschap hebt overwogen”.

Er was enige weerstand, maar toch zijn velen teruggekeerd in de kloostergemeenschap en degenen die nieuw benoemd werden, moesten voortaan in de abdij wonen. Wagenaar geeft toe dat de nadruk ligt op de c van communio en minder op die van cultus en caritas. Dat is onvermijdelijk door het tekort aan priesters. Net zoals de seculieren worden de reguliere priesters van de abdij van Grimbergen steeds zwaarder belast. “Als je zestig werd, kreeg je er vroeger een kapelaan bij. Nu krijg je er een parochie bij”, zegt Wagenaar.

In 2004 nam hij afscheid als abt. Sindsdien heeft hij meer tijd gekregen voor lectuur, orgelspel en voor het archief van de abdij. Deze is in 1128 gesticht door de H. Norbertus zelf en is daarmee de oudste nog bestaande Norbertijnenabdij.

Piet Wagenaar kijkt terug op een boeiend leven. Hij niet teleurgesteld dat ondanks alle vernieuwingen waar hij aan heeft mogen meewerken de aantallen kerkgangers, priesters en kloosterlingen sterk zijn gedaald? “Ik ben niet pessimistisch”, zegt hij, “als ik zie dat in vergelijking met vroeger leken veel meer medeverantwoordelijkheid dragen. Hun inzet is buitengewoon. Er zijn bewegingen die jong en fris zijn, zoals Taizé en de Wereldjongerendagen. Hier in België hebben we goede bisschoppen; kardinaal Daneels is net als zijn voorganger Suenens een buitengewone figuur.” En al hebben er zich sinds 2000 weinig kandidaten meer gemeld om toe te treden tot de kloostergemeenschap is de abdij van Grimbergen nog lang niet zo vergrijsd als andere kloosters.

In de weekeinden zijn er nog steeds vijf vieringen maar Wagenaar tekent daarbij aan dat er soms heel weinig mensen de mis bijwonen. Wanneer er gregoriaans wordt gezongen zit de kerk echter steeds bomvol. Deze vieringen leveren ook de meeste reacties op. Soms blijkt daar nostalgie uit naar de ‘ouderwetse mis’ van vroeger. Met dergelijke reacties is Wagenaar niet blij. “Gregoriaans is niet ouderwets”, stelt hij. “Het is belangrijk dat er koren zijn, dat er gregoriaans of polyfonie wordt gezongen, maar op voorwaarde dat het volk erin betrokken wordt. Het volk moet de kans krijgen mee te zingen.” Ook in dit geval gaat de betrokkenheid van de leken hem aan het hart.