Duurzame duurzaamheid

Friesch Dagblad 25 maart 2020

Duurzaamheid lijkt meetbaar. In 2015 stelden de Verenigde Naties 17 doelstellingen vast, de Duurzame Ontwikkelingsdoelstellingen of Sustainable Development Goals (SDG’s) die in 2030 bereikt moeten zijn. In Nederland draait de stikstofdiscussie helemaal rond cijfers: wie is er verantwoordelijk voor de meeste uitstoot en wie moet er als eerste een stap terugdoen? Het kabinet vond een uitweg door de maximumsnelheid op de autowegen te verlagen tot 100 km/u. Wie zich aan die snelheid houdt, kan gerust zijn: hij is in ieder geval niet verantwoordelijk voor de aantasting van de natuur door een teveel aan stikstof.

Maar op die manier worden mensen niet blijvend gericht op duurzaamheid. Wie zich netjes aan de maximumsnelheid houdt, denkt vooral aan zijn eigenbelang: hoe voorkom ik dat ik een boete krijg. De Tilburg School of Catholic Theology en het Franciscaans Studiecentrum daagden daarom biologen, sociale wetenschappers, theologen en biologen uit met de vraag hoe je duurzaamheid zelf duurzaam maakt: hoe je het verankert in het gedrag van mensen.

Het resultaat is een bundel vol artikelen van grote diversiteit over motivatie en verantwoordelijkheid, maar ook over contemplatie en ethisch handelen. De auteurs putten daarbij uit zeer diverse bronnen: van de Chinese wijsbegeerte tot middeleeuwse spiritualiteit.

In de diversiteit die de bundel biedt zijn toch enkele hoofdlijnen aan te wijzen. Een daarvan is ‘bekering’, een woord dat meer inhoudt dan gedragsverandering. ‘Ecologische bekering’ betekent dat de mens niet langer zijn eigenbelang najaagt, maar zich inzet voor zaken van gedeelde waarde, zo schrijft samensteller Krijn Pansters in zijn inleiding: ‘een conversio morum van incidenteel goed gedrag naar een ecologisch leefpatroon waarmee we in onze behoeften voorzien zonder dat we mensen, het milieu of de economie in gevaar brengen’.

Dat is een taak die we niet op anderen, politici of opiniemakers, kunnen afwentelen. Iedereen moet zijn eigen handelen kritisch tegen het licht kunnen houden. Ideeën uit de christelijke traditie kunnen daarbij behulpzaam zijn. Hierover is al enorm veel geschreven. Pansters geeft een buitengewoon nuttig overzicht van de belangrijkste literatuur.

Drie zaken maken duurzaamheid duurzaam, zo schrijft hij: betrokkenheid, bekwaamheid en bekering. Betrokkenheid wil zeggen eerbied voor mens en milieu. Het begrip ‘bekwaamheid’ ontleent Pansters aan de encycliek Laudato si’ van paus Franciscus. Hierin staat centraal dat de mens keuzes kan maken aan de hand van de klassieke kardinale deugden: verstandigheid, rechtvaardigheid, matigheid en vooral moed. ‘Misschien is de menselijke moed, de kracht om open te staan voor het goede, wel de meest roepende deugd van deze encycliek’, zo schrijft Pansters.

En dan tenslotte bekering: hier kiest Pansters een franciscaans perspectief. De volgelingen van Franciscus van Assisi hebben soberheid hoog in het vaandel staan. Toch pleit Pansters niet voor een sober leven, maar juist voor een ‘franciscaanse verrijking’ van het leven met betrekkingen, deugden en waarden. ‘Zodra jij begint definitief ethisch – contemplatief, actief, reflectief – betrokken te zijn, wordt de wereld vanzelf een beetje duurzamer duurzaam. Een dergelijke morele omslag vereist wel een moedige mensgerichtheid’, aldus Pansters.

Maar hoe breng je dat in de praktijk. ‘Ik ben milieubewust, maar heb een ecologische voetafdruk van 4,4 hectare’, schrijft Willem Marie Speelman, directeur van het Franciscaans Studiecentrum, in zijn bijdrage. In plaats van te voldoen aan een norm volgt hij veel liever een persoon. Voor hem is dat Franciscus van Assisi. Maar moet ik dan net als Franciscus mijn huis verlaten en een zwervend bestaan gaan leiden, zo vraagt hij zich af.

Franciscus kon genieten van de natuur, maar niet zoals wij dat doen. De moderne mens beschouwt zichzelf niet meer als een deel van de natuur, maar als iemand die er gebruik van maakt. Zo wordt een boom tot hout, een schaap vlees. Tijd is geld voor de moderne mens en het nut van de mens zelf wordt afgemeten aan zijn arbeidskracht. Hij geniet nog wel van de natuur, vliegt zelfs de aarde rond om ervan te kunnen genieten, maar voelt er zich geen onderdeel van.

Franciscus zag de natuur daarentegen als en goddelijk mysterie. Tegelijkertijd besefte hij dat de natuur nuttig is voor de mens. Maar als zijn broeders bijvoorbeeld hout gingen kappen, drukte hij ze op het hart ervoor te zorgen dat de boom weer zou kunnen uitbotten. Niet meer gebruiken dan je nodig hebt, was zijn uitgangspunt. Dat is iets anders dan zorg om je ecologische voetafdruk. Het is een streven naar ‘het goede leven’, in goede afgestemde verhoudingen waarbij het ‘ik’ niet voorop staat.

‘Wie het goede leven zoekt, en daarbij zichzelf niet centraal hoeft te stellen die zal het goede leven vinden en naar verwachting slechts een kleine ecologische voetafdruk achterlaten’, concludeert Speelman.

Krijn Pansters (red.). Duurzame duurzaamheid. Ecologische bekering en betrokkenheid (Utrecht: Eburon 2020) € 28,-. ISBN 978-94-6301-268-3