De Sint-Martinuskerk en de Zwarte Madonna van Halle

Katholiek Nieuwsblad 20 september 2019

In een nis in het hoofdportaal van de Sint-Martinusbasiliek in Halle liggen 32 kanonskogels op een hoop. Ze zijn het bewijs van de bescherming die de ‘Zwarte Madonna van Halle’ de stad zou hebben geboden tijdens een belegering in 1489. Het beeld stond op de stadswallen en ving de projectielen op in haar schoot, zo gaat het verhaal. Dat zou ook verklaren waarom het beeld zwart is: dat komt van de kruitdampen. In 1580 zou het beeld Halle opnieuw hebben gered. Toen belegerden protestanten uit Brussel de stad.

Vanouds ligt Halle in een grensgebied: tijdens de Middeleeuwen in Henegouwen aan de grens met het hertogdom Brabant, tegenwoordig in Vlaams-Brabant aan de grens met de Waalse provincie Henegouwen. In 1267 schonk Aleidis van Holland, gravin van Henegouwen, het beeld aan de stad Halle. Ze was een dochter van de Hollandse graaf Floris IV en was een tijdlang regentes van Holland toen de bekende Floris V nog niet volwassen was. Met de schenking wilde ze de positie van Halle aan de grens van haar graafschap versterken. Aleidis had het beeld geërfd van haar grootmoeder, de heilige Elisabeth van Thüringen.

Inderdaad werd Halle dankzij het beeld een aanzienlijke stad. Al in de twaalfde eeuw was het een bedevaartsoord, maar dankzij het beeld nam het aantal pelgrims sterk toe. De toenmalige kerk werd te klein en tussen 1341 en 1409 werd de huidige kerk gebouwd, met een toren die aan het einde van de achttiende eeuw werd voltooid en die daarom een typische barokke bekroning heeft.

De bouw was mogelijk dankzij de schenkingen van talloze pelgrims, maar ook van vooraanstaande vorsten. Uiteraard van de graven van Henegouwen, maar ook van de hertog van Brabant. Resultaat was een kerk die een gaaf voorbeeld is van Brabantse hooggotiek met in het interieur enkele van de mooiste kunstobjecten die in de veertiende eeuw zijn vervaardigd: het hoogkoor met de beelden van de apostelen en een madonnabeeld in het grote zuiderportaal van de kerk.

In de loop van de eeuwen werd de kerk verrijkt met vele kunstwerken. De latere koning Lodewijk XI van Frankrijk schonk in 1460 een monstrans en begroef er zijn zoontje Joachim, dat in 1459 overleed, vier maanden oud. Zijn kleine graftombe bevindt zich in een nis in de kerk. Ook koning Hendrik VIII van Engeland schonk een monstrans. Deze monstransen maken deel uit van een grote verzameling liturgische voorwerpen die samen de kerkschat in de crypte van de kerk vormen. Dit jaar nog ontving de kerk een schenking van een anonieme weldoener: zo’n vijftig beelden, schilderijen, juwelen en andere kunstvoorwerpen ter waarde van een miljoen euro. ‘Door de werken aan de Sint-Martinusbasiliek te schenken, kan ik er zelf ook nog elke zondag van genieten. Door de eeuwen heen is er zoveel ambachtelijke kunde in dit gebouw samengebracht zodat de kunstcollectie hier perfect tot haar recht zal komen. Hopelijk kan mijn schenking ook bijdragen tot een nog hogere artistieke en esthetische omkadering van de erediensten in deze basiliek’, aldus de schenker tegenover de Vlaamse krant Het Nieuwsblad.

Wie alle kostbaarheden van de kerk wil zien, moet zijn bezoek overigens wel goed plannen. De crypte waarin de schatkamer zich bevindt is alleen onder begeleiding te bezoeken. Dat bezoek moet ten minste drie weken tevoren worden aangevraagd. Alleen op Open Monumentendag, in Vlaanderen op 8 september, is de crypte tussen 14.00 en 17 uur zonder afspraak toegankelijk.

Toch leent de kerk zich ook voor een spontaan bezoek. Er is genoeg te zien: beelden, schilderijen, glas-in-loodramen, een rijk versierd sacramentshuisje uit 1409. En dat alles heeft beeldenstormen en oorlogen overleefd. Misschien wel een groter wonder dan het doorstaan van een belegering. Dat maakt deze kerk zo uniek.