De man die nee zei

Verschenen op de site van Boekhandel Van Kemenade & Hollaers

Het succes van dit boek maakt me blij. In de afgelopen tien jaar heb ik gezien dat de belangstelling voor de Nederlandse geschiedenis is toegenomen. Ook dat is verheugend, maar het gevaar bestaat dat men vergeet dat Nederland deel uitmaakt van Europa, zelfs al zou het de Europese Unie verlaten de gulden weer invoeren.

Daarom is het hoe dan ook belangrijk om de geschiedenis van Europa en van de belangrijkste landen te kennen. Daartoe behoort nog steeds Frankrijk. Het huidige Frankrijk en de rol die het speelt in Europa worden nog steeds voor een belangrijk deel bepaald door het optreden van één man: Charles de Gaulle. Hij leidde tijdens de Tweede Wereldoorlog het Franse verzet en was van 1958 tot 1969 president van zijn land.

H.L. Wesseling schreef een biografie waarin hij de ogenschijnlijke tegenstrijdigheden in ’s mans leven verklaart aan de hand van zijn levensdoel: het handhaven van de grandeur van Frankrijk.

Dat levert een wonderlijke levensloop op. De Gaulle was militair in hart en nieren, maar pleegde in juni 1940 feitelijk hoogverraad door zich niet over te geven, zoals hem bevolen was, maar een regering in ballingschap te vormen. Hij stond er vrijwel helemaal alleen voor, maar slaagde er vier jaar later in om als onbetwiste leider van Frankrijk Parijs binnen te marcheren.

Als president wist hij de Algerijnse kwestie op te lossen die Frankrijk op de rand van een burgeroorlog bracht en maakte hij een eind aan het Franse koloniale rijk. In plaats daarvan zette hij zijn kaarten op een verenigd Europa – maar dan wel volgens zijn ideeën.

Wesseling analyseert nuchter en waar nodig met droge humor deze tegenstrijdigheden en verklaart hoe ze pasten in het ideaal van De Gaulle. Zijn enorme kennis van de Franse geschiedenis van de talloze Franse biografieën van de generaal maken dit boek tot een vlot leesbare introductie in de recente Franse geschiedenis.

Maar het is ook een portret van een bijzonder man. Hij reserveerde de grandeur voor zijn vaderland en niet voor zichzelf. In 1958 had hij leek hij een staatsgreep te plegen en een dictatuur te vestigen. Maar hij respecteerde de grondwet – waarvoor hij zelf de basis had gelegd – en trad in 1969 nadat hij een referendum had verloren.

Wesseling concentreert zich geheel op de generaal en noemt zijn tegenstanders nauwelijks. In de jaren zestig nam François Mitterand het bij de presidentsverkiezingen tegen hem op. De leider van links Frankrijk komt echter pas aan het eind van het boek voor. Dan vergelijkt Wesseling de sobere en fatsoenlijke De Gaulle met zijn opvolgers.

De vele maîtresses die Mitterand erop nahield zijn Wesseling en zouden De Gaulle een gruwel zijn. En waarschijnlijk zou hun beider oordeel over Sarkozy, president bling-bling, hetzelfde luiden.

Wesseling weet, ondanks al zijn distantie, weet zijn sympathie over te brengen. Hij laat zien dat De Gaulle niets van het uiterlijk vertoon in het Élysée moest hebben. Net zo min trouwens als de linkse intellectuelen die destijds de toon aangaven. Het liefste was hij in zijn werkkamer in zijn huis in Colombey-les-Deux-Églises. Daar wilde hij na zijn aftreden aan zijn memoires gaan werken. Hij stierf echter al na een jaar. Wesseling zorgt ervoor dat je hem graag wat meer tijd had gegund.

H.L. Wesseling, De man die nee zei. Charles de Gaulle, 1890–1970, Amsterdam: Bert Bakker, 2012, 256 p. € 24,50.