Onder dezelfde sterren

Katholiek Nieuwsblad 9 oktober 2020

Sinds de tijd van keizer Augustus had er in de gebouwen van de senaat in Rome een altaar van de godin Victoria gestaan. De christelijke keizer Gratianus had echter het in 382 laten verwijderen. Dit leidde tot herhaalde protesten van Symmachus, de meest vooraanstaande senator van zijn tijd. In de zomer van 384 schreef hij een brief aan de keizers – er waren er toen drie – waarin hij bepleitte dat het beeld zou terugkeren naar de senaat. Zelf was hij geen christen maar hij wilde het christendom niet verbieden. Hij vroeg zich af waarom het niet mogelijk was dat verschillende religies naast elkaar bestonden. “We kijken naar dezelfde sterren, de hemel is voor iedereen hetzelfde, dezelfde wereld omringt ons. Wat maakt het uit hoe we naar de waarheid zoeken? Er is meer dan één weg naar zo’n groot geheim. Maar dit is een discussie voor mensen die op hun gemak zijn, wij willen geen conflict maar bieden gebeden aan”, zo schreef hij.

In de tijd van Symmachus leefden christenen en “heidenen” naast elkaar in het Romeinse rijk. Keizer Constantijn de Grote had de christenen in 313 vrijheid van godsdienst geschonken, maar het christendom was nog lang geen staatsgodsdienst. Constantijn zelf had zich pas op zijn sterfbed laten dopen. Dat was in die tijd overigens niet ongebruikelijk. De doop waste alle zonden van je af en omdat je met een been in het graf geen misstappen meer kon begaan, was je er zeker van dat je niet in de hel terecht zou komen als je je pas op het allerlaatst liet dopen.

Dat de keizers niet ingingen op het verzoek van Symmachus, was mede het gevolg van de invloed van Ambrosius, de bisschop van Milaan. Hij zat dicht bij het vuur omdat Milaan in die tijd een van de keizerlijke residenties was. Daarbij was hij een ervaren politicus. Voordat hij door de Milanese christenen bij acclamatie tot bisschop werd gekozen, had hij als gouverneur in de stad gezeteld.

Victoria kwam dus niet meer terug in de gebouwen van de senaat. De traditionele Romeinse godsdienst was nu definitief in de verdediging gedrongen. Keizer Theodosius zou vanaf 392 deze godsdienst verbieden en het christendom feitelijk tot staatsgodsdienst maken.

In zijn boek Onder dezelfde sterren beschrijft Wim Jurg hoe het christendom de dominante godsdienst in het Romeinse rijk werd. Symmachus, Ambrosius en Theodosius zijn de hoofdrolspelers in dit verhaal. Maar van die drie staat Ambrosius het meest in de schijnwerpers. Zijn invloed op de keizer is groot. In de zomer van 390 richtten soldaten een slachting aan onder de inwoners van de stad Thessaloniki. Dit leidde tot grote verontwaardiging in het hele rijk. De keizer werd verantwoordelijk gehouden voor de dood van duizenden onschuldige burgers. Ambrosius wist hem ertoe te bewegen in het openbaar boete te doen. Waarschijnlijk heeft hij tijdens een kerkdienst om vergeving gevraagd en mocht hij gedurende een bepaalde periode geen diensten bijwonen. Daarbij zal ook een rol hebben gespeeld dat hij zich net als Constantijn op zijn sterfbed had laten dopen. In tegenstelling tot Constantijn was hij echter hersteld van de ziekte die aanvankelijk dodelijk leek te zijn. Theodosius moest als christen boete doen voor zijn zonden.

Symmachus lijkt zo tolerant dat hij in onze tijd zou passen. Is dat ook zo, vragen we aan Wim Jurg. “Symmachus zou in onze tijd wellicht worden onthaald vanwege zijn religieuze tolerantie, maar waarschijnlijk, bijvoorbeeld vanwege zijn opvattingen over vrouwen, zou hij ook als een onverbeterlijke conservatief zijn gezien. Er zal bij zijn tolerante houding vast ook politieke motivatie mee hebben gespeeld, maar uit zijn persoonlijke brieven blijkt ook groot respect voor zijn christelijke vrienden”, aldus Jurg.

Had Ambrosius net als Symmachus vriendschappelijke contacten met niet-christenen?

“Ambrosius heeft zeker beleefd met niet-christenen gecorrespondeerd, zoals soms met Symmachus, maar de vriendschap spat er niet af. Het probleem is dat hij alles wat hij op schrift naliet zo onder controle heeft gehouden dat je feitelijk alleen kunt zeggen dat hij in elk geval niet de indruk van vriendschappelijke omgang met niet-christenen wilde geven. Heel anders dan bijvoorbeeld Augustinus, die een talent voor vriendschap lijkt te hebben gehad.”

In hoeverre heeft Ambrosius ertoe bijgedragen dat het christendom uiteindelijk de enige toegelaten godsdienst werd?

“Ik denk dat Ambrosius daar zeer aan heeft bijgedragen, toch had hij het vermoedelijk niet vanaf het begin voor ogen. Misschien dacht hij eerst niet eens dat het mogelijk was om de oude priesterschappen en rituelen zo hard aan te pakken. Maar nadat het keizerlijke hof naar zijn eigen Milaan was verhuisd zag hij een kans en die greep hij.”

“Heidense” rituelen werden verboden. Voortaan was er alleen nog voor christenen plaats onder de sterren.

Wim Jurg, Onder dezelfde sterren. De laatste heidense senator en zijn christelijke vrienden.

Uitgeverij: Damon

Pagina’s: 216

€ 24,90

ISBN 978 94 6340 284 2

Een Vlaming uit West-Friesland

Katholiek Nieuwsblad 9 mei 2008

Emeritus-abt Grimbergen viert vijftigjarig priesterjubileum

Piet Wagenaar, emeritus-abt van het Norbertijnenabdij van Grimbergen viert op 15 mei dat hij vijftig jaar geleden hij tot priester werd gewijd en dat hij 25 jaar geleden abt werd. In die tijd veranderde er veel in de Kerk en in de kloosters. Als abt en als pastoor en deken van Grimbergen maakte hij deze veranderingen mee en gaf hij er leiding aan. Zo heeft hij kunnen meemaken dat leken meer inbreng hebben in de parochies. Hij klinkt als een geboren Vlaming, maar hij is een West-Fries die het Vlaams pas op latere leeftijd leerde: in Rome nog wel.

Er zijn wel veel katholieken, maar geen kloosters in West-Friesland. Na de lagere school ging hij dan ook naar het college van de Kruisheren in Uden. Hij kreeg hier de kans om zich verder te oriënteren en hij kwam in contact met de Norbertijnen. Hun ‘vita mixta’ trok hem aan: ze leven samen in een kloostergemeenschap, maar zijn ook als priester werkzaam in parochies. Hij leerde in die tijd de Norbertijnen van Heeswijk kennen, maar ook die van Grimbergen. Tijdens een vakantie fietste hij van West-Friesland naar het plaatsje ten noorden van Brussel. Het beviel hem daar wel, maar Heeswijk was voor een jongen uit Nederland de meest voor de hand liggende keuze. Toen hij echter met de abt van Heeswijk ging praten, bleek dat dit klooster genoeg kandidaten had. Dit in tegenstelling tot Grimbergen en zo kwam de West-Fries Piet Wagenaar in Vlaanderen terecht.

Voor iemand uit Noord-Holland is een verhuizing naar Vlaanderen vanwege het verschil in mentaliteit een grote overgang. Toch kon hij aarden in Grimbergen en dat kwam door zijn verblijf in Rome. In 1955 moest hij theologie gaan studeren aan de Gregoriana in Rome. In die jaren leefde hij samen met Vlaamse ordegenoten en werd daar Vlaming met de Vlamingen. Hij leerde zich in het Vlaams uit te drukken en hij merkte dat de Vlaamse mentaliteit hem lag: de openheid en ook de Bourgondische inslag.

Als student in Rome raakte hij onverwacht verzeild in een gebeurtenis die voor de kerk ingrijpende gevolgen zou hebben. Piet Wagenaar was op 25 januari 1959 in de basiliek van Sint Paulus-buiten-de-muren toen paus Johannes XXIII het Tweede Vaticaans Concilie aankondigde. Voor Piet Wagenaar kwam dit net zo onverwacht als voor de meeste andere katholieken. Een van zijn medestudenten zei hem op de terugweg: “Ge zult zien dat ze de volkstaal in de liturgie zullen gaan invoeren”. Wagenaar geloofde daar toen niets van.

Hij herinnert zich wel dat de verwachtingen hoog gespannen waren toen het concilie in 1962 begon, maar hij besefte nog niet dat de veranderingen die het concilie met zich meebracht ook voor hemzelf grote gevolgen zouden hebben. Toen hij naar Grimbergen terugkeerde, verwachtte hij de rest van zijn leven als docent te zullen doorbrengen maar dat liep anders. De toenmalige aartsbisschop van Mechelen-Brussel, kardinaal Suenens, was bezig de besluiten van de kerkvergadering door te voeren. Een van de maatregelen was het verkleinen van de dekenaten. Er waren dus meer dekens nodig. Piet Wagenaar kreeg van zijn abt en van de aartsbisschop de vraag voorgelegd of hij bereid was deze functie in Grimbergen op zich te nemen. Hij was nog geen 38 en had weinig ervaring in de parochie, maar hij deed het toch en hij heeft er geen spijt van gehad. Een boeiende tijd vond hij het, waarin de leken medeverantwoordelijkheid kregen in de kerk. Tot dan toe hadden de pastoors het voor het zeggen gehad in de parochies, maar nu werden er parochieraden opgericht en allerlei werkgroepen waarin leken meededen.

In 1982 werd hij gekozen tot abt van het klooster in Grimbergen. Het was weer een onverwachte wending in zijn leven. Een grotere overstap dan die van Nederland naar Vlaanderen, zo omschrijft hij het. Maar ook dit vatte hij op als een uitdaging. In die tijd waren alle ordes en congregaties bezig met het houden van ‘vernieuwingskapittels’. Ook dit was een uitvloeisel van het Tweede Vaticaans Concilie. “Een belangrijk punt was de vraag wie wij zijn”, vertelt Wagenaar. Zelf had hij, zoals we zagen, gekozen voor het leven als Norbertijn vanwege de combinatie van het kloosterleven en het parochiepastoraat. Die combinatie was verwaterd. “Veel confraters leefden als wereldheren, ze waren volledig zelfstandig.” Dat strookte niet met het charisma van de orde, die is gebaseerd om wat men de ‘drie c’s’ noemt. De eerste daarvan is de ‘communio’: “alles met hart en ziel samen delen op weg naar God”. Daarom werd iedereen verzocht om, voor zover mogelijk, deel te nemen aan het leven in de abdij, aan de maaltijden en zo mogelijk aan het koorgebed. De tweede c staat voor de cultus, het gebedsleven en het verzorgen van de eredienst en de derde c voor caritas, het “doorgeven wat je in de gemeenschap hebt overwogen”.

Er was enige weerstand, maar toch zijn velen teruggekeerd in de kloostergemeenschap en degenen die nieuw benoemd werden, moesten voortaan in de abdij wonen. Wagenaar geeft toe dat de nadruk ligt op de c van communio en minder op die van cultus en caritas. Dat is onvermijdelijk door het tekort aan priesters. Net zoals de seculieren worden de reguliere priesters van de abdij van Grimbergen steeds zwaarder belast. “Als je zestig werd, kreeg je er vroeger een kapelaan bij. Nu krijg je er een parochie bij”, zegt Wagenaar.

In 2004 nam hij afscheid als abt. Sindsdien heeft hij meer tijd gekregen voor lectuur, orgelspel en voor het archief van de abdij. Deze is in 1128 gesticht door de H. Norbertus zelf en is daarmee de oudste nog bestaande Norbertijnenabdij.

Piet Wagenaar kijkt terug op een boeiend leven. Hij niet teleurgesteld dat ondanks alle vernieuwingen waar hij aan heeft mogen meewerken de aantallen kerkgangers, priesters en kloosterlingen sterk zijn gedaald? “Ik ben niet pessimistisch”, zegt hij, “als ik zie dat in vergelijking met vroeger leken veel meer medeverantwoordelijkheid dragen. Hun inzet is buitengewoon. Er zijn bewegingen die jong en fris zijn, zoals Taizé en de Wereldjongerendagen. Hier in België hebben we goede bisschoppen; kardinaal Daneels is net als zijn voorganger Suenens een buitengewone figuur.” En al hebben er zich sinds 2000 weinig kandidaten meer gemeld om toe te treden tot de kloostergemeenschap is de abdij van Grimbergen nog lang niet zo vergrijsd als andere kloosters.

In de weekeinden zijn er nog steeds vijf vieringen maar Wagenaar tekent daarbij aan dat er soms heel weinig mensen de mis bijwonen. Wanneer er gregoriaans wordt gezongen zit de kerk echter steeds bomvol. Deze vieringen leveren ook de meeste reacties op. Soms blijkt daar nostalgie uit naar de ‘ouderwetse mis’ van vroeger. Met dergelijke reacties is Wagenaar niet blij. “Gregoriaans is niet ouderwets”, stelt hij. “Het is belangrijk dat er koren zijn, dat er gregoriaans of polyfonie wordt gezongen, maar op voorwaarde dat het volk erin betrokken wordt. Het volk moet de kans krijgen mee te zingen.” Ook in dit geval gaat de betrokkenheid van de leken hem aan het hart.

Rowan Williams: ‘Religieuze gemeenschappen cruciaal voor democratie’

Foto: National Assembly For Wales cc-by-2.0

De westerse democratie verkeert in crisis. Dat betoogde Rowan Williams, voormalig aartsbisschop van Canterbury, tijdens een lezing in Den Haag. Hij was daar op uitnodiging van De Zinnen, katholiek netwerk voor inspiratie en dialoog. Democratie dreigt een dictatuur van de meerderheid te worden, aldus Williams. Het is nochtans nodig dat de stem van de minderheden gehoord wordt, ook van religieuze minderheden.

Voor Tertio interviewde ik de emeritus aartsbisschop. Enkele citaten:

 

Ik ben de afgelopen jaren betrokken geweest bij een project in Oxford waar we de christelijke en islamitische politieke theologie bekeken. En zoals te verwachten was, is er meer ruimte voor discussie dan mensen denken. De burgemeester van Londen is moslim en een voorbeeldige figuur in de democratische politiek. En hij is niet de enige. Daarom zeg ik dat we moslims niet als totaal vreemd en als een bedreiging moeten beschouwen.

De aanwezigheid van religieuze gemeenschappen is cruciaal voor de democratie.

Als minderheden niet van zich laten horen of als hen het zwijgen wordt opgelegd, komt de democratie in gevaar, vindt de aartsbisschop. Hij ziet dan een afglijden

naar de tirannie van de meerderheid, naar een staat die geen beperkingen kent en geen verantwoording aflegt. Op dit moment moeten we ons ernstig zorgen maken over de democratie in Europa en Amerika.

De dreiging die Williams ziet komt van het populisme, ‘een vreemde mythologie van de wil van het volk’ en het nationalisme.

“Dit zijn zaken die maken dat ik bezorgd ben over de gezondheid van de democratie. Trump is een extreem voorbeeld, maar ik denk dat we in de meeste Europese democratieën nationalistische en populistische partijen zien opkomen die wantrouwend staan tegenover de vreemdeling, in het bijzonder moslims, wantrouwend tegenover de politieke klasse, wantrouwend tegenover het internationale financiële systeem.” Het probleem is, aldus Williams, dat het populisme geen oplossingen aandraagt, behalve, in het geval van Trump, de vage belofte ‘to make America great again’

Wat geloofde Hitler?

Als Adolf Hitler gelovige was, waar geloofde hij dan in? Volgens de Amerikaanse historicus Richard Weikard, hoogleraar aan California State University, was hij een pantheïst. Weikart trekt die conclusie op basis van onderzoeken en bronnen die over dit onderwerp gepubliceerd zijn.

Het pantheïsme van Hitler hield in dat de wetten van de natuur de moraal bepaalden. Het boek waarin Weikhart dit alles neerlegt, ‘Hitler’s Religion. The Twisted Beliefs That Drove the Third Reich’[1] werd positief besproken in onder meer de Catholic History Review[2].

Nu is Weikhart wel een creationist: hij verwerpt de evolutietheorie. Wat dat met Hitler te maken heeft? Weikharts conclusie houdt onder meer in dat Hitlers anti-semitisme voortkomt uit zijn interpretatie van de wetenschap en niet uit het christendom. In een eerder boek ‘From Darwin to Hitler: Evolutionary Ethics, Eugenics and Racism in Germany’, legde hij een verband tussen Darwin en Hitler. Dit werk ontmoette veel kritiek: Hij leek er vooral op uit de evolutieleer in een kwaad daglicht te stellen.

Hoe dan ook is Weikharts boek een bijdrage aan een discussie die de afgelopen jaren vooral in Duitsland is gevoerd. Kevin P. Spicer plaatst het boek in die context in een artikel op Contemporary Church History. Spicer vindt dat Weikhart te weinig oog heeft voor het katholieke milieu waarin hij opgroeide en voor de steun die hij van vele Duitse katholieken kreeg, nadat hij aan de macht was gekomen. Hij noemt hem in religieus opzicht een ‘kameleon’. Misschien is ‘opportunist’ nog beter: hij nam niet de kleur aan van zijn omgeving, maar voor Hitler heiligde het doel alle middelen.


  1. Hitler’s Religion. The Twisted Beliefs That Drove the Third Reich. by Richard Weikart. (Washington, D.C.: Regnery History. 2016. Pp. xxx, 386. $29.99. isbN978–1–62157–500–0.)  ↩
  2. Skiles, W. (2017). Hitler’s Religion: The Twisted Beliefs that Drove the Third Reich. Church History, 86(2), 569–571. doi:10.1017/S0009640717001111  ↩

Onfeilbaar

Gepubliceerd op Katholiek.nl

Progressieve en conservatieve bisschoppen die tegenover elkaar staan, de pers die zich ermee bemoeit en een publieke opinie waarmee de bisschoppen terdege rekening moeten houden. Maar ook een verklaring waarmee de rooms-katholieke Kerk een opening maakt naar de moderne wetenschap.

Ziehier de ingrediënten van het Eerste Vaticaans Concilie, dat in de jaren 1869–1870 werd gehouden.

Inderdaad: het eerste, niet het tweede.

Onfeilbaarheid

Het Eerste Vaticaans Concilie steekt meestal wat magertjes af tegen de twee grote concilies die ervoor en erna plaatsvonden: dat van Trente en het Tweede Vaticaans Concilie. Belangrijkste wapenfeit van het Eerste Vaticaans Concilie was het afkondigen van de onfeilbaarheid van de paus. Daarna maakten de bisschoppen zich uit de voeten omdat Italiaanse troepen klaarstonden om het laatste stukje van de Pauselijke Staat bij de nieuwe republiek Italië te voegen.

Maar die onfeilbaarheid was wel voldoende om een struikelblok te worden voor een meer collegiale uitoefening van de macht binnen de kerk en voor de oecumene. De katholieken hadden met vereende krachten de paus zo hoog op een voetstuk gezet, dat hij er slechts met de grootste moeite weer afgehaald zou kunnen worden.

Liberalisme

Leo Meulenberg maakt in een kort bestek korte metten met deze vooroordelen. Inderdaad waren er katholieken, met als meest uitgesproken figuur aartsbisschop Henry Manning van Westminster, die de paus als de onbetwiste en onfeilbare leider van de rooms-katholieke Kerk zagen. Een kerk die door de moderne tijd en het liberalisme werd bedreigd en die daarom een sterke leider nodig had. Onder katholieken genoot de toenmalige paus Pius IX een ongekende populariteit: hem onfeilbaar verklaren zou tegemoet komen aan de katholieke publieke opinie.

Filiaalhouders

Maar het kostte Manning grote moeite om het onderwerp van de onfeilbaarheid op de agenda van het concilie te krijgen. Een grote minderheid van bisschoppen, onder leiding van bisschop Félix Dupanloup van Orleans, verzette zich tegen de beperking van het gezag van de bisschoppen. Zij waren bang dat zij door het onfeilbaar verklaren van de paus zouden werden gedegradeerd tot lokale filiaalhouders die zonder meer het beleid van paus en curie moeten uitvoeren.

Wetenschap

Meulenberg maakte een gedegen studie van de archieven van het concilie en weet dit materiaal in een kort bestek op een heldere manier te presenteren. Zo komt ook het belang naar voren van de constitutie ‘Dei Filius’, die werd aangenomen toen de discussie over de onfeilbaarheid van de paus nog onbeslist was. De constitutie erkent dat wetenschap de mens via zijn verstand inzicht geeft in de natuur en niet vanuit religieus standpunt afgewezen moet worden.

Galilei

Maar het grootste deel van het boek gaat over de letterlijk uitputtende discussies over de onfeilbaarheid. De bisschoppen waren zich bewust van de gevolgen van het afkondigen hiervan en van de historie: tijdens de discussies werd er ook gewezen op de vergissingen die de Kerk had gemaakt door het veroordelen van Copernicus en Galilei. Hoe onfeilbaar kan de paus dan zijn?

Uiteindelijk leidde dit tot een document waarin de onfeilbaarheid werd beperkt. Het concilie stelde vast dat de paus weliswaar een bijzondere positie heeft als opvolger van Petrus, maar dit deed niets af aan de zending die de bisschoppen ontvangen als opvolgers van de andere apostelen.

Struikelblok

De vraag of de onfeilbare paus een struikelblok is, wordt in dit boek niet beantwoord. Maar om te begrijpen waarom de huidige paus de nadruk legt op het feit dat hij bisschop van Rome is én hoe de positie van de paus past in de oecumenische dialoog is dit boek van groot belang.

Leo Meulenberg, De onfeilbare paus. Het grote struikelblok? Averbode: Altiora, 2013, 89 p. Isbn 978–90–317–3755–0. € 16,-.

Zingt voor de deur die open staat

Eigenlijk vond ik dit een vreemde strofe in het lied ‘Zingt voor de Heer van liefde en trouw’ van Michel van der Plas. Ook Anton de Wit had er moeite mee, zo schreef hij in een blog dat tot zijn verrassing controversieel bleek. Maar inmiddels begrijp ik waarom je zou kunnen zingen voor een deur die open staat.

De afgelopen maanden ben ik enkele keren op een zondagochtend naar enkele parochiekerken geweest, die ik tevoren niet kende. En iedere keer kreeg ik in die vreemde omgeving even hetzelfde gevoel: heb ik me niet vergist? Is hier nu geen mis of is die al afgelopen?

Het duurde even voordat ik doorhad hoe dat kwam. Dat kwam telkens door de kerkdeur. Die was namelijk dicht.

Veel katholieke kerken zijn voorzien van imposante deuren die alleen voor bruidsparen en lijkkisten opengaan. Maar op zondagochtend zijn ze dicht. Pas als je iemand door een zijdeurtje naar binnen ziet schuifelen, weet je waar je moet zijn.

Ik vroeg mij af hoe iemand reageert die al zijn moed bij elkaar heeft geraapt en eindelijk eens naar de kerk gaat.

Want zo gaat dat tegenwoordig. Steeds minder mensen gaan naar de kerk omdat dat ze dat altijd hebben gedaan. Daar doelen de bisschoppen volgens mij op in hun rapport dat ze schreven als voorbereiding op hun ad-liminabezoek aan Rome.

Veel commentaren gaan ervan uit dat de bisschoppen bewust streven naar een ‘keuzekerk’. Maar ze doen niet meer dan het constateren van een feit.

Dat geldt ook voor hun uitspraken over de geringe kennis van het geloof bij de gelovigen. Die constatering is trouwens niet nieuw. Al rond 1950 stond dit in rapporten als ‘Onrust in de zielzorg’ te lezen. Men ging naar de kerk omdat het zo hoort en niet uit overtuiging, constateerde men toen al. Individualisering en een groter mondigheid zouden de rooms-katholieke kerk binnen een generatie doen verdampen, zo voorspelden de samenstellers van het rapport.

Betere catechese was toen al een van de oplossingen die werd aangedragen. Maar toen in de jaren zestig de ramen van de kerk open gingen, hoorde de buitenwereld vooral gekrakeel tussen progressieven en conservatieven. De deur bleef dicht.

Inmiddels zien we dat geloofsgemeenschappen die weten waarvoor ze staan een grotere aantrekkingskracht hebben. Dat is belangrijk in een tijd waarin mensen bewust kiezen voor een kerk.

Inderdaad: dat zie je ook bij orthodoxe protestanten. Maar wie zegt dat een bewust-katholieke gemeenschap inhoudelijk hetzelfde moet uitdragen. Orthodoxie is niet hetzelfde als bekrompen. Bisschop De Korte wees daar al op.

De grote vraag is wat de ‘orthodoxe’ katholieken met hun kennis van het geloof gaan doen: of ze het voor zichzelf houden of dat ze de deur open zetten.

Paus antwoordt atheïst

Gepubliceerd op katholiek.nl

Paus Franciscus heeft via een ingezonden brief in de linkse Italiaanse krant ‘La Repubblica’ gereageerd op twee artikelen van de atheïstische journalist Eugenio Scalfari. Deze reageerde op de encycliek ‘Lumen fidei’ en vroeg zich onder meer af of God ook niet-gelovigen vergeving schenkt. De paus antwoordde dat de barmhartigheid van God zich ook uitstrekt over hen die niet geloven.

Scalfari had verder vragen gesteld over de relatie tussen godsdienst en de moderne maatschappij. De paus antwoordde dat de moderne cultuur, die gebaseerd is op de Verlichting, de Kerk vaak verweten heeft ‘obscurantisme en bijgeloof’ te propageren. “Maar van nu af aan is het tijd voor een open dialoog zonder vooroordelen die de poort kan heropenen naar een serieuze en vruchtbare ontmoeting.”

Kerknet / Le Soir

Recensie van ‘Trialoog’ van Jan De Volder

In 2002 werd in Antwerpen een islamitische leerkracht vermoord en daarop braken in Borgerhout, een wijk met veel allochtonen, rellen uit. Temidden van de angst die de stad in haar greep leek te hebben, nam de gemeenschap van Sant’Egido het initiatief tot een Trialoog: een gesprek tussen de drie grootste religies van de stad. Priester Hendrik Hoet, rabbijn Aharon Malinsky en imam Jamal Maftouhi waren de deelnemers.

Gepubliceerd op nieuwwij.nl. Lees verder op de site.

De heren van Zijne Heiligheid en een lege stoel

Gepubliceerd op katholiek.nl

Het is alweer meer dan honderd dagen geleden dat paus Franciscus werd gekozen, maar nog steeds wordt alles wat hij doet onder een vergrootglas gelegd. Onlangs verscheen ook in de Nederlandse media het bericht dat hij de Heren van Zijne Heiligheid (Gentiloumini di Sua Santità) de deur had gewezen.

Bron van het artikel was een bericht in de Corriere della Sera. Onduidelijk is waar de informatie in dit artikel vandaan komt.

De National Catholic Reporter (NCR) nam contact op met de woordvoerder van het Vaticaan, die ontkende dat de Heren van Zijne Heiligheid waren afgeschaft. Hij sloot overigens niet uit dat de kwestie aan de orde zal komen in het kader van de hervorming van de curie.

In hetzelfde artikel in de NCR werd de betekenis gerelativeerd van de afwezigheid van de paus bij het concert dat op 22 juni te zijner ere werd gegeven. Hij had het te druk, zo liet zijn woordvoerder weten.

Meteen werd er gespeculeerd over een statement dat de paus hiermee had willen afgeven en gingen foto’s van zijn lege stoel de wereld rond. Franciscus zou gezegd hebben dat hij geen ‘renaissancepaus’ was. Deze pausen gaven veel geld uit aan allerlei vormen van kunst in plaats van zich om hun herderlijke taken te bekommeren.

Maar bij nader inzien had Franciscus inderdaad iets dringends te doen: alle nuntii, de ambassadeurs van het Vaticaan, waren in Rome. De enige gelegenheid om ze te ontmoeten was op de avond van het concert. Daarna vertrokken ze weer naar hun standplaatsen. Dat Franciscus zijn vertegenwoordigers in de wereld wilde leren kennen, is niet zo vreemd. Maar inderdaad: een renaissancepaus zou de prioriteiten anders hebben gelegd.

Lees het artikel van John L. Allen.

Popfestival als religie?

Gepubliceerd op katholiek.nl

Bieden pop- en rockfestivals nieuwe uitdrukkingsvormen van religie? Dat was de vraag achter de dissertatie waarop Heleen Kommers op 26 juni promoveerde aan de Universiteit van Tilburg.

Van geïnstitutionaliseerde religie is natuurlijk geen sprake: er is wel een organisatie, maar die richt zich op het organiseren van een festival en niet op het vastleggen, bewaken en verspreiden van een bepaalde leer. De benadering van Kommers komt dan ook uit de richting van de religiewetenschap en de culturele antropologie en niet uit de theologie.

Maar het onderwerp heeft desondanks wel relevantie voor de theologie. Het idee bestaat namelijk dat zaken als popfestivals de kerkgang hebben vervangen. De religiositeit zoals we die in de traditionele religie zien, zou dus niet uit de samenleving verdwenen zijn, maar zou een andere vorm hebben aangenomen. Een volgende stap is dan het introduceren van popmuziek in de kerk om jongeren te trekken.

Kommers merkte tijdens haar onderzoek dat veel onderzoekers op dit gebied zich laten leiden door hun eigen waardeoordelen en opvattingen. Uitspraken van festivalgangers worden dan uitgelegd als religieuze uitingen, terwijl ze zelf ten stelligste ontkennen dat ze het festival als een vorm van religie zien.

Voordat ze zelf aan de slag ging met het observeren en interviewen van festivalgangers verdiepte ze zich dan ook eerst uitvoerig in de manier waarop ze het onderzoek het beste kon aanpakken. Dat beslaat dan ook het grootste gedeelte van het proefschrift en ze geeft daarmee andere onderzoekers instrumenten om verder te zoeken.

Volgens Kommers zijn de muziekfestivals geen vervanging van de geïnstitutionaliseerde religie, maar is het een vorm van religie die altijd heeft bestaan en die door de kerkelijke autoriteiten als bijgeloof werd beschouwd. Ze maakt hierbij de vergelijking met volksvroomheid die ook nogal eens op het wantrouwen van kerkelijke autoriteiten kunnen rekenen.

Vanuit het standpunt van de religiewetenschapper zijn er echter wel degelijk religieuze elementen aan te wijzen in muziekfestivals. Net als in een kerk ondervind je er samenhorigheid met gelijkgestemden en ervaar je iets dat het dagelijks leven overstijgt. Het sterkste gold dit, opvallend genoeg, voor festivals voor liefhebbers van hard rock en metal.

Zelf zou ik denken dat er meer religiositeit te vinden is in gregoriaanse festivals, die de laatste jaren op steeds meer plaatsen georganiseerd worden, en in choral evensongs en cantatediensten die nog meer in aantal lijken toe te nemen. Maar dat veronderstel ik op grond van mijn waardeoordelen en opvattingen: quod erat demonstrandum.

Heleen Kommer, Hidden in Music. An approach to Religious Experience and Pop or Rock Festivals

Berichtnavigatie

1 2 3 4
Scroll naar boven